Verleden

Tussen eb en vloed. Marines, dijk- en strandperspectieven.
10/06/2017 - 09/10/2017

De derde thematische tentoonstelling in HET SPILLIAERT HUIS staat volledig in het teken van van het natuurlijk element dat Oostende’s leven bepaalt in hart en ziel: de atmosferische zee, een van de belangrijkste en meest gekende aspecten in het oeuvre van Léon Spilliaert. Samen met de onmiddellijke omgeving van strand en dijk inspireerde de zee hem tot tijdloze universele creaties.

Marine

Als jonge man, op zoek naar antwoorden op existentiële vragen, ontdekt Spilliaert in de zee vooral een spiegel van zijn gemoed en een aanzet tot beleving van een mentale vrijheid. De eerste zeer poëtisch geladen en eenvoudige composities voert hij uit met lichtgekleurd pastel. Hij moduleert kleinschalige atmosferische taferelen die door hun informele toets een hoge graad van suggestie bereiken. Wanneer hij, rond 1907, de intensiteit van het beeld wil vergroten, markeert hij duidelijker de horizonlijn. In de donkere marines met fijne sluiers gewassen Oost-Indische inkt, introduceert hij versombering van kleuren die een symbolische sfeerevocatie in de hand werken. Water, golven, stromingen, wolken en lichtschijnsels worden aangewend om rust, leven, beweging en tormenten uit te drukken. Zijn composities blijven echter eenvoudig, zijn blik is horizontaal ingeperkt in een fotografisch aandoende kadrering. Hij kiest niet voor een optische aftasting van het element of voor een panoramische weergave. En toch straalt elke marine een indruk van weidsheid en diepte uit

Het licht weerspiegelt op het wateroppervlak in een herinnering aan een gedeisd kielzog. De zee leeft in de grillige vormen van aanrollende baren en een golf neemt bezit van een wad. Het strand wordt overspoeld door een bijna organische abstracte vorm. Stilaan verdwijnt elke referentie aan de anekdotische realiteit en Spilliaert concentreert zich meer en meer op het complementaire spel van genuanceerde kleurvlakken en sierlijke lijnen. De kleuren ondergaan een zuiveringsproces en in de geschakeerde tonen lijkt zich een demineralisering van pigmenten voor te doen.

In de marines van de jaren 1920 knoopt Spilliaert weer aan met een meer klassieke opstelling van het zeegezicht. De weergave van weerspiegelingen van lichtvlekken en wolkenpartijen vormen het hoofdonderwerp. De natuurelementen vervloeien in elkaar en er wordt gestreefd naar één grote kleursymbiose. Spilliaert hanteert hiervoor een meer dekkende materie. Naast het aquarel en het pastel wordt ook de gouache soms vermengd met caseïne om een meer mat effect te bekomen. In gesatureerde olieverf ontstaan midden jaren twintig talrijke expressieve marines.

Strand- en dijkperspectieven

De monumentale bouwwerken rond de dijk, zoals de koninklijke gaanderijen en de koninklijke villa, het kursaal maar ook de vuurtoren bezorgen Spilliaert, rond 1908 stof tot herscheppen van ruimtelijke entiteiten die de band met de realiteit ver overstijgen. Zijn blik valt op de kleine verlaten strandhut maar eveneens op de massieve bogen van de dijkmuur. Hij voelt de aanzuigende kracht van hoog oplopende straten naar de dijk en het oneindige perspectief van de zuilengalerij. Hij creëert in het landschap een nieuwe ordonnantie die hij in twee versies moduleert. De dynamische lineaire boog wendt hij aan voor de golvende welving van de dijk en de ronde gebalde vorm van het circulaire Kursaal. Met dezelfde inleving hanteert hij ook de statische diagonale en

rechte lijn. In een spel van een vernauwende lijnvoering naar een vluchtpunt aan de horizon doemt het staketsel op in de nacht. De indruk van een duizelingwekkende diepte is uitgewerkt in een strakke visie van de donkere zuilengaanderij met het strand als lichtgevend partij in tegenwaarde.
In het zoeken naar vereenvoudiging van de compositie schuilt voor Spilliaert een streven naar onthechting, als uitgangspunt voor de uitdrukking van een metafysische ervaring. Hoe uitgepuurd de werken uit deze periode ook zijn, nooit voelde hij echter de druk om de waarden van de traditionele plastische vormentaal in twijfel te trekken. De experimenten met rechtlijnigheid en strakke perspectieven vormden in die jaren wel een uniek voorbeeld van formele vernieuwing.
Tekst: Anne Adriaens-Pannier

Vissersvrouwen en baadsters, de koninginnen van Oostende. 
19/11/2016 - 17/04/17 

Het thema van deze tentoonstelling richt zich volledig op Oostende. Naast de zee- en stadszichten die hij zo treffend vertolkte, bleef Léon Spilliaert niet onbewogen voor de mensen die werkten en leefden in deze haven- en badstad.

In een presentatie van een dertigtal werken uit privé-verzamelingen, richt curator Anne Adriaens-Pannier een genuanceerde en onderzoekende blik op de figuur van de kranige vissersvrouwen en de sportieve baadsters.

In hun dagelijkse taken nemen de volkse vrouwen, gehuld in lange rokken en zwarte sjaals, actief deel aan het vissersbedrijf. Zij zijn de verpersoonlijking van het eeuwige wachten aan de oever en het turen in de vroege ochtenduren vanop de kaaien naar de havengeul. Keuvelend met hun lege manden, uitkijkend naar de vangst die ze straks met schrille stem aan de gegoede burgers zullen aanprijzen. Hun taken zijn nederig en dienend maar wel van waarde, zoals het herstellen van netten en het rooien van grashelmen voor de huisdieren. In de gelaatsuitdrukkingen van de jonge vrouwen ontwaart Spilliaert een zweem van exotisme en melancholie. In de trekken van de oudere vrouwen ontgaat hem allerminst het verval van een versleten gezicht en de levensmoeheid die ouderdom tekenen.

Levensvreugde en het gevoel van vrijheid karakteriseren de onthechte figuren van de baadsters die zich met de zee en het golvenspel meten. Zij zijn van een totaal andere natuur. Als nietige figuur dansend in de zee, als bezwerende nimf wakend over het grillige waterspel, of als knielende aanbiddende figuur strevend naar een volledige symbiose met het natuurelement. De baadster is voor Spilliaert een voorwendsel om zich te verdiepen in het vrouwelijk naakt, dat hij ongeremd in haar sierlijke contouren weergeeft.

In de technische uitvoering van de werken verglijdt ook met de jaren de aangewende materie. Van doorschijnende en meer opake sluiers Oost-Indische inkt, die verhullend mysterieuze vormen weergeven, zoekt de kunstenaar nieuwe oplossingen voor de weergave van de meer monumentale figuren die de voorgrond volledig innemen. De papieren dragers worden vervangen door ruwere kartonnen oppervlakten. Het kleurpotlood wordt ingewisseld voor het verzadigde gekleurde krijt dat de vrije en heftige lijnvoering beter vertaalt. In de jaren twintig experimenteert de kunstenaar dan weer met de doorschijnende aquarel voor zijn speelse en fantasierijke levenstaferelen.

Steeds weer roept de kunstenaar bewondering op voor zijn originele en persoonlijke vertaling van een gegeven dat uit het leven is gegrepen. Met een nederige en ingetogen analyse van deze vrouwelijke figuren, hoe onbeduidend ook in het wereldbeeld, schetst hij een universeel beeld dat naar de poëzie van het onzegbare streeft.

Ontmoetingen met Spilliaert
07/05/2016 - 09/10/2016

Ontmoetingen met Spilliaert

Deze tentoonstelling toont een unieke selectie meesterwerken uit Belgische privéverzamelingen, gekozen door Anne Adriaens-Pannier, ereconservator van het KMSKB.
Met deze keuze in een treffende accrochage samengebracht wil de tentoonstelling een persoonlijke ontmoeting betekenen met de kunstenaar en zijn oeuvre.
Zonder de hulp en de welwillende steun van de familieleden van de kunstenaar, aan wie we onze welgemeende dank betuigen, kan aan Het Spilliaert Huis een mooie toekomst en een vruchtbaar leven niet toegewenst worden.

Léon SPILLIAERT ( Oostende 1881-Brussel 1946)

1881 – 1904:

Op 28 juli 1881, wordt Léon Spilliaert geboren in Oostende. Zijn vader baat een bekende parfumwinkel uit. Na een korte opleiding aan de academie te Brugge, biedt Spilliaert zijn diensten aan bij de Brusselse uitgever Edmond Deman. Hij realiseert illustraties in originele uitgaven van Maurice Maeterlinck en Emile Verhaeren. Hij bezoekt met zijn vader jaarlijks de kunstsalons te Parijs.

1904-1909:

Rusteloos onderneemt hij nachtelijke wandelingen en put zijn inspiratie in de altijd aanwezige zee die hij vertaalt in uiterst sobere tekeningen met Oost-Indische inkt. Het ouderlijk huis en de mysterieuze atmosfeer die er heerst, worden dominerende onderwerpen, zoals in Glazen dak en Flacons.
In 1909, na twee jaren intense creativiteit, waarin zijn krachtige Zelfportretten tot stand komen, stelt Spilliaert voor het eerst tentoon op het lentesalon te Brussel. Hij verkoopt werk aan Emile Verhaeren, Paul-Emile Janson en Stefan Zweig.

1909-1915:

In gestileerde momentopnames, documenteert hij het ruwe leven van de vissersvrouwen en hun tegenpool, de elegante baadsters. Hij ontvlucht het oorlogsgeweld in fantasierijke en bijbels geïnspireerde thema’s.

1915-1922:

Zijn privéleven kent een ommekeer. Spilliaert trouwt eind 1916 met de jongere Rachel Vergison. Hun enige dochter Madeleine wordt, in 1917, geboren te Brussel, waar het gezin zich vestigt. Gesteund door verschillende galerijhouders en verzamelaars uit Brussel kent zijn stijl een nieuwe wending. Zijn palet wordt kleuriger, hij waagt zich aan olieverfschilderijen. In poëtische aquarellen en gouaches geeft hij uiting aan zijn rijke verbeelding. Tot tweemaal toe neemt hij deel aan de Biënnale van Venetië, in 1920 en 1922.

1922-1935:

Teruggekeerd naar Oostende, ontvouwt zich een mooie vriendschap met James Ensor, gebaseerd op wederzijds respect en waardering. De herstelde relatie met de zee krijgt vorm in een reeks bijna abstracte marines in contrasterende kleuren. De dekkende gouache leent zich perfect voor gestructureerde stads- en havendokzichten. In 1932 maakt hij een reis naar Italië en bezoekt er Venetië en Firenze.

1935-1946:

Spilliaert, die sinds 1935 weer in Brussel woont, waar zijn dochter haar pianostudies voortzet, ontdekt de parken en de bossen rond de hoofdstad. Het thema van de boom werkt hij zorgvuldig uit met pen en Oost-Indische inkt op een transparante achtergrond van aquarelverf. Zijn lectuur van de middeleeuwse mystieken en de Latijnse dichters inspireren hem in zijn laatste natuur gebonden werken. Hij overlijdt op vijfenzestigjarige leeftijd in november 1946 en krijgt zijn laatste rustplaats in Oostende.