Léon Spilliaert

Als autodidacte kunstenaar, leunt Léon Spilliaert (Oostende 1881-Brussel 1946) in zijn jonge jaren aan bij de beweging van het Symbolisme met sombere tekeningen in Oost-Indische inkt gehoogd met kleurpotlood en aquarel.
Wijde marines, nachtelijke dijkzichten en de bevolking van de stad Oostende vormen zijn belangrijkste inspiratie bronnen. Wars van de invloeden van abstractie en expressionisme evolueert hij, na 1912, naar een persoonlijke kleurrijke beeldentaal waar fantasierijke of door de natuur geïnspireerde taferelen uitgedrukt worden in genuanceerde aquarel en gouache.
Zijn atmosferische beelden beklijven door hun mysterieuze eenvoud. Steeds weer vertrekt hij van de realiteit die hij geestelijk transcendeert.


1881 – 1904:

Op 28 juli 1881, wordt Léon Spilliaert geboren in Oostende. Zijn vader baat een bekende parfumwinkel uit. Na een korte opleiding aan de academie te Brugge, biedt Spilliaert zijn diensten aan bij de Brusselse uitgever Edmond Deman. Hij realiseert illustraties in originele uitgaven van Maurice Maeterlinck en Emile Verhaeren. Hij bezoekt met zijn vader jaarlijks de kunstsalons te Parijs.

1904-1909:

Rusteloos onderneemt hij nachtelijke wandelingen en put zijn inspiratie in de altijd aanwezige zee die hij vertaalt in uiterst sobere tekeningen met Oost-Indische inkt. Het ouderlijk huis en de mysterieuze atmosfeer die er heerst, worden dominerende onderwerpen, zoals in Glazen dak en Flacons.
In 1909, na twee jaren intense creativiteit, waarin zijn krachtige Zelfportretten tot stand komen, stelt Spilliaert voor het eerst tentoon op het lentesalon te Brussel. Hij verkoopt werk aan Emile Verhaeren, Paul-Emile Janson en Stefan Zweig.

1909-1915:

In gestileerde momentopnames, documenteert hij het ruwe leven van de vissersvrouwen en hun tegenpool, de elegante baadsters. Hij ontvlucht het oorlogsgeweld in fantasierijke en bijbels geïnspireerde thema’s.

1915-1922:

Zijn privéleven kent een ommekeer. Spilliaert trouwt eind 1916 met de jongere Rachel Vergison. Hun enige dochter Madeleine wordt, in 1917, geboren te Brussel, waar het gezin zich vestigt. Gesteund door verschillende galerijhouders en verzamelaars uit Brussel kent zijn stijl een nieuwe wending. Zijn palet wordt kleuriger, hij waagt zich aan olieverfschilderijen. In poëtische aquarellen en gouaches geeft hij uiting aan zijn rijke verbeelding. Tot tweemaal toe neemt hij deel aan de Biënnale van Venetië, in 1920 en 1922.

1922-1935:

Teruggekeerd naar Oostende, ontvouwt zich een mooie vriendschap met James Ensor, gebaseerd op wederzijds respect en waardering. De herstelde relatie met de zee krijgt vorm in een reeks bijna abstracte marines in contrasterende kleuren. De dekkende gouache leent zich perfect voor gestructureerde stads- en havendokzichten. In 1932 maakt hij een reis naar Italië en bezoekt er Venetië en Firenze.

1935-1946:

Spilliaert, die sinds 1935 weer in Brussel woont, waar zijn dochter haar pianostudies voortzet, ontdekt de parken en de bossen rond de hoofdstad. Het thema van de boom werkt hij zorgvuldig uit met pen en Oost-Indische inkt op een transparante achtergrond van aquarelverf. Zijn lectuur van de middeleeuwse mystieken en de Latijnse dichters inspireren hem in zijn laatste natuur gebonden werken. Hij overlijdt op vijfenzestigjarige leeftijd in november 1946 en krijgt zijn laatste rustplaats in Oostende.

Details afbeelding