Vissersvrouwen en baadsters, de koninginnen van Oostende

Het thema van deze tentoonstelling richt zich op Oostende. Naast de zee- en stadszichten die hij zo treffend vertolkte, bleef Léon Spilliaert niet onbewogen voor de mensen die werkten en leefden in deze haven- en badstad.
In een presentatie van een dertigtal werken uit privé-verzamelingen, richt curator Anne Adriaens-Pannier een genuanceerde en onderzoekende blik op de figuur van de kranige vissersvrouwen en de sportieve baadsters.

In hun dagelijkse taken nemen de volkse vrouwen, gehuld in lange rokken en zwarte sjaals, actief deel aan het vissersbedrijf. Zij zijn de verpersoonlijking van het eeuwige wachten aan de oever en het turen in de vroege ochtenduren vanop de kaaien naar de havengeul. Keuvelend met hun lege manden, uitkijkend naar de vangst die ze straks met schrille stem aan de gegoede burgers zullen aanprijzen. Hun taken zijn nederig en dienend maar wel van waarde, zoals het herstellen van netten en het rooien van grashelmen voor de huisdieren. In de gelaatsuitdrukkingen van de jonge vrouwen ontwaart Spilliaert een zweem van exotisme en melancholie. In de trekken van de oudere vrouwen ontgaat hem allerminst het verval van een versleten gezicht en de levensmoeheid die ouderdom tekenen.

Levensvreugde en het gevoel van vrijheid karakteriseren de onthechte figuren van de baadsters die zich met de zee en het golvenspel meten. Zij zijn van een totaal andere natuur. Als nietige figuur dansend in de zee, als bezwerende nimf wakend over het grillige waterspel, of als knielende aanbiddende figuur strevend naar een volledige symbiose met het natuurelement. De baadster is voor Spilliaert een voorwendsel om zich te verdiepen in het vrouwelijk naakt, dat hij ongeremd in haar sierlijke contouren weergeeft.

In de technische uitvoering van de werken verglijdt ook met de jaren de aangewende materie. Van doorschijnende en meer opake sluiers Oost-Indische inkt, die verhullend mysterieuze vormen weergeven, zoekt de kunstenaar nieuwe oplossingen voor de weergave van de meer monumentale figuren die de voorgrond volledig innemen. De papieren dragers worden vervangen door ruwere kartonnen oppervlakten. Het kleurpotlood wordt ingewisseld voor het verzadigde gekleurde krijt dat de vrije en heftige lijnvoering beter vertaalt. In de jaren twintig experimenteert de kunstenaar dan weer met de doorschijnende aquarel voor zijn speelse en fantasierijke levenstaferelen.

Steeds weer roept de kunstenaar bewondering op voor zijn originele en persoonlijke vertaling van een gegeven dat uit het leven is gegrepen. Met een nederige en ingetogen analyse van deze vrouwelijke figuren, hoe onbeduidend ook in het wereldbeeld, schetst hij een universeel beeld dat naar de poëzie van het onzegbare streeft.

Anne Adriaens-Pannier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *