Tussen eb en vloed. Marines, dijk- en strandperspectieven.

De derde thematische tentoonstelling staat volledig in het teken van van het natuurlijk element dat Oostende’s leven bepaalt in hart en ziel: de atmosferische zee, een van de belangrijkste en meest gekende aspecten in het oeuvre van Léon Spilliaert. Samen met de onmiddellijke omgeving van strand en dijk inspireerde de zee hem tot tijdloze universele creaties.

Marine

Als jonge man, op zoek naar antwoorden op existentiële vragen, ontdekt Spilliaert in de zee vooral een spiegel van zijn gemoed en een aanzet tot beleving van een mentale vrijheid. De eerste zeer poëtisch geladen en eenvoudige composities voert hij uit met lichtgekleurd pastel. Hij moduleert kleinschalige atmosferische taferelen die door hun informele toets een hoge graad van suggestie bereiken.
Wanneer hij, rond 1907, de intensiteit van het beeld wil vergroten, markeert hij duidelijker de horizonlijn. In de donkere marines met fijne sluiers gewassen Oost-Indische inkt, introduceert hij versombering van kleuren die een symbolische sfeerevocatie in de hand werken. Water, golven, stromingen, wolken en lichtschijnsels worden aangewend om rust, leven, beweging en tormenten uit te drukken.
Zijn composities blijven echter eenvoudig, zijn blik is horizontaal ingeperkt in een fotografisch aandoende kadrering. Hij kiest niet voor een optische aftasting van het element of voor een panoramische weergave. En toch straalt elke marine een indruk van weidsheid en diepte uit.

Het licht weerspiegelt op het wateroppervlak in een herinnering aan een gedeisd kielzog. De zee leeft in de grillige vormen van aanrollende baren en een golf neemt bezit van een wad. Het strand wordt overspoeld door een bijna organische abstracte vorm. Stilaan verdwijnt elke referentie aan de anekdotische realiteit en Spilliaert concentreert zich meer en meer op het complementaire spel van genuanceerde kleurvlakken en sierlijke lijnen. De kleuren ondergaan een zuiveringsproces en in de geschakeerde tonen lijkt zich een demineralisering van pigmenten voor te doen.

In de marines van de jaren 1920 knoopt Spilliaert weer aan met een meer klassieke opstelling van het zeegezicht. De weergave van weerspiegelingen van lichtvlekken en wolkenpartijen vormen het hoofdonderwerp. De natuurelementen vervloeien in elkaar en er wordt gestreefd naar één grote kleursymbiose. Spilliaert hanteert hiervoor een meer dekkende materie. Naast het aquarel en het pastel wordt ook de gouache soms vermengd met caseïne om een meer mat effect te bekomen. In gesatureerde olieverf ontstaan midden jaren twintig talrijke expressieve marines.

Strand- en dijkperspectieven

De monumentale bouwwerken rond de dijk, zoals de koninklijke gaanderijen en de koninklijke villa, het kursaal maar ook de vuurtoren bezorgen Spilliaert, rond 1908 stof tot herscheppen van ruimtelijke entiteiten die de band met de realiteit ver overstijgen. Zijn blik valt op de kleine verlaten strandhut maar eveneens op de massieve bogen van de dijkmuur. Hij voelt de aanzuigende kracht van hoog oplopende straten naar de dijk en het oneindige perspectief van de zuilengalerij. Hij creëert in het landschap een nieuwe ordonnantie die hij in twee versies moduleert. De dynamische lineaire boog wendt hij aan voor de golvende welving van de dijk en de ronde gebalde vorm van het circulaire Kursaal.
Met dezelfde inleving hanteert hij ook de statische diagonale en rechte lijn. In een spel van een vernauwende lijnvoering naar een vluchtpunt aan de horizon doemt het staketsel op in de nacht. De indruk van een duizelingwekkende diepte is uitgewerkt in een strakke visie van de donkere zuilengaanderij met het strand als lichtgevend partij in tegenwaarde.
In het zoeken naar vereenvoudiging van de compositie schuilt voor Spilliaert een streven naar onthechting, als uitgangspunt voor de uitdrukking van een metafysische ervaring. Hoe uitgepuurd de werken uit deze periode ook zijn, nooit voelde hij echter de druk om de waarden van de traditionele plastische vormentaal in twijfel te trekken. De experimenten met rechtlijnigheid en strakke perspectieven vormden in die jaren wel een uniek voorbeeld van formele vernieuwing.

Anne Adriaens-Pannier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *